Freinet op onze school

Leren is niet opnemen wat anderen bedacht hebben. Je leert pas echt als je al handelend experimenteel kunt zoeken en ontdekken en er met anderen over kunt communiceren. De leerkracht bepaalt niet eenzijdig wat er gebeurt, maar de groep en de leerkracht plannen samen op een democratische manier het werk. Freinetonderwijs is elke dag een avontuur! Hieronder maak je kennis met de belangrijkste begrippen, die ons onderwijs uniek maken.

Vrij tekenen en vrije tekst 
Leerlingen kunnen vrij hun mening of gevoelens uiten of beschrijven wat ze hebben meegemaakt in een geschreven tekst. Ook als ze nog niet echt kunnen lezen en schrijven, hebben ze een verhaal dat dan door de leerkracht genoteerd wordt. Die tekst kunnen de kinderen dan voor een stuk naschrijven en zelf “voorlezen” voor de rest van de groep. Ze kunnen dat omdat hun eigen verhaal is. Door op die manier met teksten bezig te zijn, ontdekken kinderen grotendeels zelf voor welke woorden en klanken al die lettertjes staan die de leerkracht opgeschreven heeft. Er worden trouwens ook teksten uitgekozen en op het bord gezet om in groep te bespreken. Zo kunnen de kinderen samen en met de hulp van de leerkracht verder de klank- en tekenovereenkomsten verkennen en komen ze op een natuurlijke manier tot lezen en schrijven. Tekstbespreking leidt ook tot inhoudelijke discussie, taalbeschouwing, tekstverbetering, verkennen van spellingfenomenen, enz. De eigen teksten van de kinderen zijn hoe dan ook de basis voor het taalonderwijs en gaan vooraf aan inoefening, wat uiteraard ook noodzakelijk is om tot een goede schriftelijke taalbeheersing te komen.

50

Praatronde/’Kring’ 
Een schooldag begint en eindigt met een gezamenlijke groepsbespreking: openings- en afsluitrondes zou je ze kunnen noemen. De openingsronde geeft aan de leerlingen de gelegenheid hun eigen ervaringen en belevingen in de groep te brengen,. Andere kinderen en de leerkracht kunnen daar dan op reageren. Die inbreng en de reacties kunnen aanleiding vormen tot verdere activiteiten in de klas wanneer die tot ideeën leiden waar ook andere kinderen belang in stellen. In de praatronde kunnen verschillende thema’s aan bod komen: literatuur, nieuws, de natuur, .... De functie blijft dezelfde: de groep deelgenoot maken van de ervaringen, belevingen en belangstelling van individuele kinderen. Bij die overgang van een particuliere inbreng naar een inbreng die de groep aanbelangt, speelt de leerkracht een belangrijke rol.

De afsluitronde is een ritueel dat toelaat om de voorbije dag nog even te overlopen en te evalueren, ook de resultaten van het geleverde werk door individuele of groepjes kinderen kan dan aan de rest van de klas gepresenteerd worden. 
Op basis van wat in de openings- en afsluitrondes aan bod komt, wordt een dag- of weekplan opgesteld of bijgestuurd.

praatronde_spraatronde 2_s

Druktechnieken, correspondentie en schoolkrant 
De schoolkrant heeft verschillende functies. In de eerste plaats is het een eindproduct waaraan door alle kinderen van de groep gewerkt wordt. In de tweede plaats is het een communicatiemiddel naar de ouders en naar andere groepen leerlingen binnen en buiten de eigen school. De krant biedt een overzicht van wat in de loop van een maand in de klas gebeurde: een bloemlezing van vrije teksten, projectverslagen, kunstwerkjes, fragmenten uit het dagboek van de klas en dergelijke worden erin opgenomen. De ambachtelijke druk- en illustratietechnieken (drukpers, linosnijden, limograaf, zeefdruk, enz..) blijven een belangrijke plaats innemen bij het maken van een klaskrant. Maar de moderne informatie- en communicatietechnologie is zo veel handiger dat ze een evidente plaats gekregen heeft in onze klassen. De schoolkrant komt dan op de website en kan per e-mail naar de correspondentieklas(sen) verstuurd worden. 
Die uitwisseling die de grenzen van de eigen groep overstijgt, is enorm belangrijk. Wat je op die manier communiceert, moet duidelijk geformuleerd zijn. Je vermijdt fouten in de teksten want je wil niet afgaan voor de buitenwereld, en je kijkt ook uit naar de reacties van de correspondentievrienden. Vaak zijn die reacties of expliciete vragen dan weer een aanleiding om wat grondiger het eigen milieu te onderzoeken. Wat in de eigen groep als vanzelfsprekend ervaren wordt, is dat misschien niet voor de correspondentieklas.

39

Proefondervindelijk verkennen 
Hoe komt het dat de kennis van de mensheid, wetenschap, techniek en cultuur blijven veranderen en groeien? Dat is dezelfde vraag als: hoe leren kinderen praten, lopen, fietsen, tekenen, computeren, boompje klimmen? Niet door schoolse lessen maar door proefondervindelijk te verkennen. Kinderen dragen in dit onderwijsconcept zelf hun lesonderwerpen aan. Die onderwerpen vinden zij in hun directe omgeving, hun eigen leven. Dat kinderen omgevingsgericht zijn, is meteen ook het uitgangspunt voor ons concept van ‘de brede school’. De eigen leefwereld en brede schoolomgeving (de buurt) vormen de basis voor ons onderwijs.

6

Onderzoek en projectwerk 
In de praatrondes komen allerlei onderwerpen ter sprake die bij kinderen vragen oproepen omdat ze geïnteresseerd zijn in hun omgeving. Het antwoord op die vragen kan aanleiding geven tot een kort werkstuk dat in de afsluitronde van die dag al gepresenteerd wordt (‘onderzoek’). Het kan ook grondiger onderzoek vergen en zo de aanleiding zijn tot een echt project. De uitwerking van zo’n project zal sterk verschillen, al naargelang het onderwerp en ook de leeftijd van de kinderen. Een aangespoelde potvis aan de kust is een boeiende gebeurtenis voor kinderen van elke leeftijd. Bij de kleuters is een project dat daaruit groeit, bijvoorbeeld een knutselactiviteit: een grote kartonnen potvis maken. In een leefgroep met oudere kinderen kan men een informatiemapje over walvissen maken: hoe zien ze eruit? Waar komen ze voor? Is er nog walvisvangst? Zijn ze met uitsterven bedreigd? Wat zijn dierenrechten? …

Jongere kinderen zoeken informatie vooral door naar dingen te kijken en door vragen te stellen aan iemand die er meer van afweet. Dat evolueert geleidelijk naar het zelf bijeenzoeken en zelfstandig raadplegen van schriftelijke documentatie in boeken of op internet.

Aanvankelijk zijn projecten kort, vaak klassikaal en begeleid door de leerkracht. Later werken de kinderen ook gedurende enkele weken in kleine groepjes aan het project dat hen interesseert. Elk project wordt afgesloten met een projectvoorstelling. De kinderen stellen dan vragen aan elkaar en leren van elkaar. Er wordt een neerslag van bewaard in de klas. Dat kan gaan van een korte notitie en een foto of een tekening in het leefboek van de kleutergroep tot een rijk geïllustreerde projectmap bij de oudere leerlingen. De werkwijze van de projecten – zelf experimenteren, onderzoeken en conclusies trekken,…- is belangrijker dan de feitenkennis die de kinderen hierbij opdoen, maar weer deels vergeten. Kinderen leren daarbij niet hoe ze een encyclopedie moeten worden, maar wel hoe ze als een wetenschappelijke onderzoeker naar hun wereld kunnen kijken.


29

Planning en werktijd 
Aansluitend op de ‘kring’ wordt een planning gemaakt. Wat de kinderen geboeid heeft, krijgt daarin een plaats. Bij de jongste kleuters gaat dit niet verder dan de onmiddellijk daaropvolgende werktijd. Bij de oudste kleuters wordt al een heuse dagplanning opgesteld en in de lagere school wordt naast een dagplan ook een weekschema opgesteld. Daarin zijn zowel individuele taken als groepsactiviteiten opgenomen. Sommige werktijden zijn volledig vrij; dan volgen de kinderen hun individueel werkplan. Ze kiezen op die momenten zelf of ze een tekst schrijven, aan hun project verder werken, een schilderij maken of spelling oefenen. Andere werktijden kunnen inhoudelijk wat afgebakend worden en gereserveerd worden om aan rekenen te werken of aan het lopende project. Een werktijd kan ook voor een groepje leerlingen gepland worden: bijv. 5 kinderen gaan dan het lezen oefenen, hun toneeltje repeteren of ze krijgen uitleg over breuken. Op die manier kan de leerkracht zijn/haar begeleidingstijd ook plannen. Tijdens de werktijden is een groot aantal kinderen zelfstandig bezig, anderen krijgen hulp van de leerkracht. De ruimtelijke schikking van het klaslokaal moet dit zelfstandig werken mogelijk maken. Zo zijn er afgebakende ruimtes, “hoeken”, in het lokaal waar materiaal ter beschikking staat zodat de kinderen precies weten wat ze waar kunnen doen. Denk hierbij aan de leeshoek, de knutselhoek, de onderzoekshoek, de poppenhoek, de schildershoek, de computerhoek, enz.

5

Werkbibliotheek 
De kinderen kunnen op elk moment terecht in de werkbibliotheek van onze school. Daarin vinden zij een groot aanbod aan informatieve boeken, die zijn kunnen raadplegen voor een onderzoek of project. Zij kunnen de boeken ter plekke raadplegen of meenemen naar de klas.

Ateliers 
De atelierwerking heeft als doel een brede leeromgeving te creëren op school. Dat betekent dat wij de kennis en talenten die buiten onze school te vinden zijn, binnen brengen of dat wij er naartoe gaan. Bijvoorbeeld: een papa die veel weet over fotografie weet, maakt samen met de leerlingen een fotoreportage. Of een kind dat trompet leert spelen geeft een demonstratie aan zijn medeleerlingen. 
Ouders, grootouders, mensen uit de buurt,…zijn steeds welkom op de school op woensdagvoormiddag om zo’n ‘atelier’ te geven. De atelierwerking is leefgroepoverschrijdend. Dat betekent dat leerlingen van verschillende leeftijden samen de ateliers volgen.

36

Talentenweide als evaluatie 
Elk kind ontwikkelt continu zijn talenten. Op basis van wat hij/zij al kan, dagen we de leerling uit om nog te groeien. Hiervoor gebruiken we het evaluatiesysteem ‘de talentenweide’ in plaats van het traditionele puntensysteem. Het evaluatieverslag dat het kind twee keer per jaar mee naar huis krijgt, toont de mijlpalen die het kind al bereikt heeft in de vorm van talenten. De klasgroep is de plek waar kinderen aan hun talenten kunnen werken en waar ze elkaar daarmee kunnen vooruithelpen.

Forum 
Tweewekelijks op vrijdagnamiddag organiseert onze school het ‘Forum’. Het is een gezamenlijk afsluitmoment voor alle leefgroepen. Telkens is één leefgroep verantwoordelijk voor de organisatie ervan. Tijdens het Forum krijgen de leerlingen het podium om het resultaat van hun projecten te tonen, schoolafspraken te evalueren en dienstmededelingen te doen. Ouders en grootouders zijn hierbij altijd welkom.

Parlement 
Zie siterubriek ‘Parlement’.

Klasraad 
Zie siterubriek ‘Klasraad’.

Levend rekenen 
Het dagelijkse leven in de klas stelt de kinderen geregeld voor problemen die ze slechts kunnen oplossen door te tellen, te meten, te rekenen. Bijvoorbeeld: de zaal klaarzetten voor een feest of tentoonstelling, het bijhouden van de klaskas, fruitsla maken, …Maar het aangrijpingspunt voor levend rekenen kan ook een stukje werkelijkheid zijn dat van buiten de school in de klas gebracht wordt via de praatronde, een vrije tekst of een vraag van de correspondentieklas: “ik heb nieuwe schoenen maat 32”, “hoe zit dat met de huisnummers in onze straat?”, “hoeveel keer slapen voor mijn verjaardag?”,” we willen de klas schilderen”, “we willen een voetbalplein aanleggen”,…

Op het geplande moment gaan de kinderen dan aan de slag met de rekenproblemen waar ze mee geconfronteerd werden. Dat kan individueel, met de hele klas of in kleine groepjes. De resultaten van het onderzoek worden dan weer gezamenlijk besproken. Tijdens dit gesprek worden bevindingen uitgewisseld, oplossingswijzen vergeleken, wiskundige begrippen gevormd en uitgezuiverd, reeds aanwezige wiskundige kennis en vaardigheden toegepast en ingeoefend. Verdere inoefening van rekentechnieken die zo aan bod kwamen, kan dan nadien in de planning, aangepast aan elk kind, opgenomen worden.

34